De Kinderpraktijk
Wilhelminalaan 8 | 3761 DN Soest
Tel. (035) 602 89 31 (ma/vr van 9.00 – 10.00 uur)

Kom je er zelf niet uit met je kind, of wil je even een steuntje in de rug, neem dan contact op met De Kinderpraktijk.

Bel (035) 6028931 of klik hier.

Je kind loslaten valt niet mee

_C010913d_voorblog3Wanneer je een kind krijgt, begin je aan een bijzonder avontuur. Samen met je kind ga je door allerlei levensfasen heen. Fasen van verwondering, van vreugde en genieten. Maar ook fasen van zorgen en onzekerheid, waarin je je vertwijfeld afvraagt: “Doe ik het wel goed?” En als je dat allemaal hebt meegemaakt, breekt de fase aan waarin je je kind moet loslaten. In die fase ben ik nu aanbeland.

Als ouder ben je met onzichtbare draadjes met je kind verbonden. Wanneer het goed gaat met je kind is er geen vuiltje aan de lucht en kun je de touwtjes laten vieren. Maar als er problemen zijn, of als je kind ongelukkig is, dan komt er spanning op de draadjes te staan en worden ze plotseling strak getrokken. Dat voel je in je hart en in dat gebied net onder je maag, dat ook wel zonnevlecht wordt genoemd.

Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ik er zoveel last van zou hebben. Ik zag mezelf als een moeder die haar kinderen goed kan loslaten. Een moeder die met haar kinderen meegroeit en die elke nieuwe fase met open armen verwelkomt. Totdat het moment aanbreekt waarop mijn jongste dochter op kamers gaat. Plotseling word ik overvallen door een gevoel van leegte. Het is er als ik ‘s ochtends opsta. Een onbestemd schrijnend gevoel, alsof mijn hart buiten mijn lichaam wandelt.

Mijn dochter heeft er ook last van. Ik zie het aan de manier waarop zij zich door het huis beweegt. Zij probeert het uit te stellen, nog even te doen alsof het niet zo is. Maar het moment van afscheid komt steeds dichterbij. Zij verhuist niet naar de andere kant van de wereld en in het begin zal zij nog regelmatig thuis komen. En toch voelt het als een afsluiting van een levensfase, waarin wij als gezin een eenheid vormen.

Niet meer die vanzelfsprekendheid, waarbij je allemaal in huis bent en ieder doet waar hij zin in heeft. Niet meer even een aai over haar bol in het voorbijgaan. Ik kijk naar haar en zij kijkt terug, met lieve ogen die zeggen: “Ik weet het en ik voel het ook.” Ze wil er niet over praten, want dan wordt het zo’n drama. En daarom loop ik nu met mijn ziel onder mijn arm.

Ik ben verdrietig omdat ik niet meer alles van haar zal meemaken. Omdat ik er niet meer zal zijn om haar te troosten en op te vangen als ze ergens mee zit. Ik ben verdrietig, omdat hiermee een einde komt aan een levensfase waarin ik een centrale rol speel in het leven van mijn dochters. Het voelt alsof ik niet meer weet wat mijn plek is en dat maakt dat ik me stuurloos voel.

Toen ik zelf op kamers ging, liet mijn moeder niets blijken. Zij wilde mij niet belasten met haar gevoelens en daarom hield zij zich groot. Voordat ik wegging, legde ik een briefje op haar kussen, waarin ik haar vertelde dat zij het goed had gedaan als moeder. Later heb ik mij weleens afgevraagd of het haar niets deed dat haar jongste dochter het huis uitging. Totdat ik van een buurvrouw hoorde dat zij mij heel erg miste.

En nu ben ik zelf op dit punt aanbeland. Ik wil de wens van mijn dochter respecteren om er geen drama van te maken, maar ik wil haar ook laten weten dat zij mij dierbaar is en dat ik haar zal missen. Daarom maak ik een mooi doosje, met daarin gekleurde briefjes waar een lieve boodschap op staat. “Jij bent mooi van buiten en van binnen”, “Als je me nodig hebt, ben ik er” en “Het geeft niet als je onzeker bent. Dat zijn we allemaal”. Eenendertig briefjes, voor elke dag van de maand één. Dan kan zij een briefje pakken en weet zij dat ik van haar hou.

Samen brengen we haar naar Amsterdam, de laatste spulletjes achter in de auto. Bij het afscheid komen de tranen. Van haar en ook van mij. Ik neem haar hand in mijn handen en wrijf zachtjes over haar rug. Zo zitten we samen op haar bed. Ik weet dat ze een heerlijke tijd tegemoet gaat en dat ze zal uitgroeien tot een prachtige vrouw met ongekende mogelijkheden. Maar nu is ze nog heel even mijn kleine meisje.

Bij thuiskomst ga ik nog even naar haar kamer. Het bed is keurig opgemaakt en bovenop het dekbed ligt een boekje, dat zij daar voor mij heeft neergelegd. De titel spreekt boekdelen: “Why I love my mummy”. Mijn kleine meid is groot geworden.

Gerelateerde blog's

Reacties zijn gesloten.